Ooit hondenstal, nu restaurant

Interieur van de Nieuwe Hondenstal uit 1909
Bron foto: Universiteitsmuseum Utrecht, collectie Diergeneeskunde

 

Van restaurant Goesting, in het parkje naast het Veeartsenijpad, weten veel mensen wel dat het in de tijd van de Rijksveeartsenijschool een hondenstal was. Het was – na het vertrek van Diergeneeskunde – als enige gebouwtje in dat deel nog goed bruikbaar, alleen niet geschikt als woning. Maar waar werd een hondenstal toen eigenlijk voor gebruikt?

 

Toen de Rijksveeartsenijschool in 1821 werd opgericht hadden dieren een heel andere plek in de samenleving. Honden waren destijds geen gezelschapsdier, maar vervulden een rol als waakhond, trekhond of jachthond. Ook dierziekten waren nog helemaal niet onder controle. Rabiës was dodelijk; als je gebeten werd door een dolle hond was er niets dat je nog kon redden. Pas in 1885 ontwikkelde Louis Pasteur een vaccin waarmee hij mens en dier kon genezen van hondsdolheid.

Bij de eerste uitbreiding van het Veeartsenijterrein in de periode van 1873-1876 werden tussen het nieuwe Onderwijsgebouw en het huidige Goesting aparte stallen voor diverse diersoorten gebouwd. De behoefte daaraan was groot, de oude opvang was zodanig slecht dat te weinig mensen hun dier naar de school brachten en er dus ook weinig patiënten waren om op te oefenen. In 1875 verscheen daarom een hondenstal met 32 hokken. Hondenbezitters hoefden in die tijd alleen te betalen voor de verzorging; behandeling en medicijnen kostten niets. Een houten wandbord uit die tijd vermeldt een prijs van 30 cent per dag voor een ‘zeer grooten hond’. Een kleintje kost slechts 15 cent. Op last van de gemeente Utrecht werd een jaar eerder al een dolle hondenstal gebouwd, waarin van rabiës verdachte honden werden onderzocht en proefdieren werden gehouden voor onderzoek naar hondsdolheid.

Blijkbaar voldeden beide hondenstallen in 1909 niet meer, want bij de verdere uitbreiding van de Veeartsenijschool werd door Rijksbouwmeester C.H. Peters een Nieuwe Hondenstal gebouwd. Dit is het huidige Goesting, het interieur van de hondenstal is nog goed zichtbaar in het restaurant. De nieuwe hondenstal heeft maar kort als zodanig dienst gedaan. In 1922 werd een aparte Kliniek voor Kleine Huisdieren gebouwd, met uitgebreide hondenopvang; de hond werd steeds meer een gezelschapsdier.

Literatuur: C. Offringa: Van Gildestein naar Uithof; www.RIVM.nl: de geschiedenis van rabiës bij dieren in Nederland