De twee bewoners, Henk-Jan van Vulpen (rechts op de foto) en Karel Kalis (midden), van de nummers 65 en 65bis, hebben ieder hun woning met aandacht voor het oorspronkelijke karakter en historische details onderhouden en hersteld. Van Vulpen: “We ontdekten dat de kleur op de kozijnen en deuren, wit en groen, anders is dan toen de huizen in de jaren twintig werden gebouwd. Waarom is dat veranderd? Mogelijk omdat het goedkoper was? Of in de jaren zeventig beter paste bij de smaak? In ieder geval is het gedaan door de woningbouwvereniging, voordat de woningen in 1974 verkocht werden, meestal aan de zittende huurders. Andrea Klerks vertelt: “Voor onderzoek naar de oorspronkelijke kleurstelling kun je gebruikmaken van oude bronnen, zoals bouwtekeningen en foto’s, en van stratigrafisch onderzoek, dat is het krabben in verflagen. Gelukkig hadden we hier veel materiaal voor beide vormen van onderzoek.” Zo konden ze tot een duidelijke kleurbepaling komen: okergeel voor de kozijnen en rijtuig-groen voor het hout van de ramen en voor de deuren. Voorbeeld Ondanks dat ermee de eenheid in kleurafwerking van de vijf bouwblokken doorbroken wordt, adviseert Erfgoed de gemeente positief te reageren op de vergunningaanvraag. Dat er voor één huis vergunning is verleend, is heel uitzonderlijk. Andrea: “Dat kon omdat het om het eerste huis gaat, aan de rand van het eerste blok. Het is daarmee een goed voorbeeld van het positieve effect op de uitstraling van de gevel geworden.” Er ontsnapt Karel Kalis een kleine zucht als hij beschrijft wat er allemaal bij komt kijken om zo’n plan te realiseren. “Het helpt dat ik door mijn werk veel relevante kennis hierover heb. Dat ik weet hoe je een vergunning aanvraagt en op welke gemeentelijke en landelijke subsidiepotjes je een beroep kunt doen. En bovendien glasleveranciers en schilders ken bij wie dit precieze werk in goede handen is.” In mei dit jaar is het zover: het huis staat te glimmen in zijn nieuwe, oude kleuren. Dan is het tijd voor een ‘open trapmoment’: buurtbewoners worden uitgenodigd om te komen kijken. Van Vulpen: “De reacties varieerden van ’helemaal niet mooi’ tot superenthousiast. Wij blijven er graag buiten of het al of niet mooi is, het gaat ons erom dat het de oorspronkelijke kleurstelling is.” Blok 5 Hilde Krol raakte geïnteresseerd door die uitnodiging. In eerste instantie vond zij het vreemd dat bij één woning zulke andere kleuren gebruikt konden worden. Tot ze de achtergrond kende, dat veranderende het beeld en maakte haar enthousiast. Zij woont in de Trompstraat, in het kleinste blok in deze stijl, blok 5 op de bouwtekeningen. Haar buren herkennen de overwegingen – van verbazing naar enthousiasme – en overwegen samen op termijn ook het schilderwerk in de oude kleuren te herstellen. Dat hun blok ‘maar’ zes woningen heeft, kan hierbij een voordeel zijn. De onderzoekers van het eerste uur staan klaar om hun kennis en adviezen te delen. Andrea: “Bij het aanvragen van een vergunning helpt het enorm als je dat als groep buren van aansluitende huizen doet, zowel voor de kosten als voor de snelheid van de procedure.” Van Vulpen en Kalis maken geïnteresseerden graag wegwijs in alles wat zij onderweg hebben geleerd. Andrea Klerks: “Herstel in de oorspronkelijke kleurstelling doet de schoonheid van de huizen extra spreken. En eenheid van kleur maakt dat andere ontstane verschillen, in bijvoorbeeld de voegen of deuren en ramen, veel minder in het oog springen.” Lees ook het verhaal van het kleurherstel op Erfgoed Utrecht. [kader] Amsterdamse School in Zeehelden De Zeeheldenbuurt is rond 1900 ontstaan en kenmerkt zich door statige herenhuizen. De woningbouwvereniging Trio, die zich richtte op onder meer het middenkader van de Nederlandse Spoorwegen (het NS-hoofdkantoor had zich in Utrecht gevestigd) liet in de periode 1921-22 vijf woonblokken bouwen, ontworpen door architect Albert Kool en ingenieur A. van Rood. Deze blokken zijn gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl. Typische kenmerken van deze stijl zijn: het expressieve en plastische metselwerk, uitstekende en terugliggende gevelvlakken, die als één geheel de hoek omgaan, bijzondere raamvormen, een bepaalde kleurstelling, karakteristieke hekjes (de Amsterdamse school richtte zich op de vormgeving van de héle buitenruimte), brede trappen (ze leiden naar twee voordeuren voor de benedenwoningen en twee voor de bovenwoningen), platte daken en erkers boven de entrees. Ook kenmerkend is dat niet ieder huis een afzonderlijk object is, maar dat het gaat om het hele blok als compositie. Het is zeker de moeite waard om met deze kennis de blokken een keer te bekijken. Het gaat hierbij om de Admiraal van Gentstraat 41-65, Van Brakelstraat 9-23 (het metselwerk en de hekjes), M.H. Trompstraat 13-15 (vele kleine details) en Admiraal van Gentstraat 10-16. In 1987 kregen de huizen de status van gemeentelijke monument. Voor wijzigingen in het gevelbeeld is een vergunning nodig, ook voor het terugbrengen naar de oorspronkelijke kleurstelling. Een leuk weetje is dat de bakstenen niet zomaar gekozen zijn. Bij de bouw werden partijen stenen gebruikt die waren afgekeurd of overgebleven bij de bouw van De Inktpot, het hoofdkantoor van de NS aan het Moreelsepark.

Kleurgebruik in de Amsterdamse School

Door Sieke Kruyt en Jaap Nelissen

Bij de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht komen regelmatig vragen binnen van bewoners over kleurgebruik. Bouwhistoricus Andrea Klerks buigt zich hier graag over. De vraag van twee bewoners van de Admiraal van Gentstraat – in 2021 – trok haar bijzondere aandacht: het ging om huizen in de stijl van de Amsterdamse School. In deze architectuurstroming staat baksteenwerk centraal en daarvan worden ritme, vorm en contrast versterkt door het samenspel tussen de kleuren van de baksteen, de voegen en het houtwerk. Samen met de vraagstellers gaat ze op onderzoek uit.

De twee bewoners, Henk-Jan van Vulpen (rechts op de foto) en Karel Kalis (midden), van de nummers 65 en 65bis, hebben ieder hun woning met aandacht voor het oorspronkelijke karakter en historische details onderhouden en hersteld. Van Vulpen: “We ontdekten dat de kleur op de kozijnen en deuren, wit en groen, anders is dan toen de huizen in de jaren twintig werden gebouwd. Waarom is dat veranderd? Mogelijk omdat het goedkoper was? Of in de jaren zeventig beter paste bij de smaak? In ieder geval is het gedaan door de woningbouwvereniging, voordat de woningen in 1974 verkocht werden, meestal aan de zittende huurders.

Andrea Klerks vertelt: “Voor onderzoek naar de oorspronkelijke kleurstelling kun je gebruikmaken van oude bronnen, zoals bouwtekeningen en foto’s, en van stratigrafisch onderzoek, dat is het krabben in verflagen. Gelukkig hadden we hier veel materiaal voor beide vormen van onderzoek.”

Zo konden ze tot een duidelijke kleurbepaling komen: okergeel voor de kozijnen en rijtuig-groen voor het hout van de ramen en voor de deuren.

Voorbeeld

Ondanks dat ermee de eenheid in kleurafwerking van de vijf bouwblokken doorbroken wordt, adviseert Erfgoed de gemeente positief te reageren op de vergunningaanvraag. Dat er voor één huis vergunning is verleend, is heel uitzonderlijk. Andrea: “Dat kon omdat het om het eerste huis gaat, aan de rand van het eerste blok. Het is daarmee een goed voorbeeld van het positieve effect op de uitstraling van de gevel geworden.” Er ontsnapt Karel Kalis een kleine zucht als hij beschrijft wat er allemaal bij komt kijken om zo’n plan te realiseren. “Het helpt dat ik door mijn werk veel relevante kennis hierover heb. Dat ik weet hoe je een vergunning aanvraagt en op welke gemeentelijke en landelijke subsidiepotjes je een beroep kunt doen. En bovendien glasleveranciers en schilders ken bij wie dit precieze werk in goede handen is.”

In mei dit jaar is het zover: het huis staat te glimmen in zijn nieuwe, oude kleuren. Dan is het tijd voor een ‘open trapmoment’: buurtbewoners worden uitgenodigd om te komen kijken. Van Vulpen: “De reacties varieerden van ’helemaal niet mooi’ tot superenthousiast. Wij blijven er graag buiten of het al of niet mooi is, het gaat ons erom dat het de oorspronkelijke kleurstelling is.”

Blok 5

Hilde Krol raakte geïnteresseerd door die uitnodiging. In eerste instantie vond zij het vreemd dat bij één woning zulke andere kleuren gebruikt konden worden. Tot ze de achtergrond kende, dat  veranderende het beeld en maakte haar enthousiast.

Zij woont in de Trompstraat, in het kleinste blok in deze stijl, blok 5 op de bouwtekeningen. Haar buren herkennen de overwegingen – van verbazing naar enthousiasme – en overwegen samen op termijn ook het schilderwerk in de oude kleuren te herstellen. Dat hun blok ‘maar’ zes woningen heeft, kan hierbij een voordeel zijn.

De onderzoekers van het eerste uur staan klaar om hun kennis en adviezen te delen. Andrea: “Bij het aanvragen van een vergunning helpt het enorm als je dat als groep buren van aansluitende huizen doet, zowel voor de kosten als voor de snelheid van de procedure.” Van Vulpen en Kalis maken geïnteresseerden graag wegwijs in alles wat zij onderweg hebben geleerd.

Andrea Klerks: “Herstel in de oorspronkelijke kleurstelling doet de schoonheid van de huizen extra spreken. En eenheid van kleur maakt dat andere ontstane verschillen, in bijvoorbeeld de voegen of deuren en ramen, veel minder in het oog springen.”

Lees ook het verhaal van het kleurherstel op Erfgoed Utrecht.

Amsterdamse School in Zeehelden

De Zeeheldenbuurt is rond 1900 ontstaan en kenmerkt zich door statige herenhuizen. De woningbouwvereniging Trio, die zich richtte op onder meer het middenkader van de Nederlandse Spoorwegen (het NS-hoofdkantoor had zich in Utrecht gevestigd) liet in de periode 1921-22 vijf woonblokken bouwen, ontworpen door architect Albert Kool en ingenieur A. van Rood. Deze blokken zijn gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl.

Typische kenmerken van deze stijl zijn: het expressieve en plastische metselwerk, uitstekende en terugliggende gevelvlakken, die als één geheel de hoek omgaan, bijzondere raamvormen, een bepaalde kleurstelling, karakteristieke hekjes (de Amsterdamse school richtte zich op de vormgeving van de héle buitenruimte), brede trappen (ze leiden naar twee voordeuren voor de benedenwoningen en twee voor de bovenwoningen), platte daken en erkers boven de entrees. Ook kenmerkend is dat niet ieder huis een afzonderlijk object is, maar dat het gaat om het hele blok als compositie. Het is zeker de moeite waard om met deze kennis de blokken een keer te bekijken. Het gaat hierbij om de Admiraal van Gentstraat 41-65, Van Brakelstraat 9-23 (het metselwerk en de hekjes), M.H. Trompstraat 13-15 (vele kleine details) en Admiraal van Gentstraat 10-16.

In 1987 kregen de huizen de status van gemeentelijke monument. Voor wijzigingen in het gevelbeeld is een vergunning nodig, ook voor het terugbrengen naar de oorspronkelijke kleurstelling.

Een leuk weetje is dat de bakstenen niet zomaar gekozen zijn. Bij de bouw werden partijen stenen gebruikt die waren afgekeurd of overgebleven bij de bouw van De Inktpot, het hoofdkantoor van de NS aan het Moreelsepark.