Omdat hij zeventig werd wilde Griftstraatbewoner Cees van Gemert iets bijzonders doen. En dat werd een fietstocht van zeventig dagen, met een lengte van 5745 kilometer. Hij vertelt er met veel enthousiasme over.
Fietsen deed hij altijd al graag en veel, in zes jaar tijd had hij door tien landen gefietst. “Toen kreeg ik het boekje ‘De langste Tour ooit’ in handen”, vertelt Cees in zijn woonkamer. “Dat was de Tour de France van 1926, precies honderd jaar geleden. Die tour was 5745 kilometer en werd gefietst in zeventien etappes, sommige van meer dan 400 kilometer, door weer en wind, en op ijzeren fietsen. Dat boekje inspireerde mij om deze tour na te gaan fietsen.”
Hij trof voorbereidingen en voor hij het wist had zijn vriendin Julia al onderkomens geboekt in Barcelona, Lille en Parijs. “En mijn dochter regelde dat ze een weekje mee ging fietsen vanaf Perpignan. Dus toen kon ik niet meer terug.” Ook zijn vriend Jeroen Wielaert, de bekende Utrechtse sportverslaggever, had al een paar locaties uitgezocht om Cees onderweg moed in te spreken.
Het werd een fietstocht van zeventig dagen. De Tour van destijds ging langs alle grenzen en de hele kust van Frankrijk. Op 30 april startte Cees in Evian, uitgezwaaid door de locoburgemeester. Cees: “Het was een gedisciplineerd gebeuren: Om 5 uur de wekker, om 6 uur op de fiets. Twee kleine tasjes met kleding en eten. En elke middag om 5 uur belde Jeroen.”
Van tevoren zag Cees het meeste op tegen het fietsen in Normandië en Bretagne. “Normandië was inderdaad zwaar met regen en harde tegenwind, maar in Bretagne ging het prima. De Tourmalet had ik ooit zonder bagage gefietst, die viel nu wat tegen. Fietsen is zestig procent moraal en veertig procent conditie. Ik deed het gewoon rustig aan, op de bergen regelmatig een voetje aan de vloer en wat drinken. Het was geweldig.”
Op de dag dat de Tour de France ’s avonds in Parijs aankwam, eindigde ook Cees zijn tour op de Champs-Élysées – onderweg maar één lekke band en een nieuwe ketting.”
